Dat de olympische sporters er alles aan doen om te winnen dat weten we inmiddels wel, maar hoever kan je gaan. Ilse Heylen en Tom Goegebuer vertellen over hun gevecht tegen de weegschaal.
Judoka Ilse Heylen komt uit in de klasse tot 52 kg, gewichtheffer Tom Goegebuer in de -56 kg, maar beiden hangen van nature een paar kilo's boven dat gewicht. Dat betekent lijnen, maar dan dramatisch. Ieder heeft zo zijn methode, gelinkt aan zijn sport. Ilse loopt zich in het zweet. Tom heeft een abonnement op de sauna.
Ilse doet er tijdens het lopen alles aan om zoveel mogelijk zweet te vergieten, want daarmee ook gewicht. “Ik trek 2 broeken aan, een plastic pak en dan nog een K-way. Omdat je zo dik gekleed bent, loop je het risico dat je je kapot loopt. Daarom doe ik maar sessies van 10 minuten. Daarbij moet ik ook zien dat ik mijn kracht niet verlies. Het komt er dus op aan zeer goed te doseren en tien keer per dag op de weegschaal te gaan staan”. Op de dag zelf wordt ze om 5 uur gewogen. Ze heeft dan 5 uren om weer op krachten te komen. Dit doet ze vooral door veel te drinken, koolhydraten en zout. Ze kan dan op de korte tijd toch wel 2 a 3 kg terugwinnen.
Tom zoekt zijn zweetverlies in de sauna. 'Ik moet niet gaan lopen, want ik kan het niet. Sauna gaat snel en het is makkelijker, maar je mag ook niet overdrijven, want je wordt er loom van. Bovendien heb ik de pech dat mijn weging om 8 uur 's morgens is. Als ik de laatste kilootjes wil wegwerken, zou ik dus om 6 uur 's morgens in de sauna moeten gaan kruipen.'
Voor Ilse en Tom is het afslanken routine geworden. Voor elk tornooi, voor elke wedstrijd moeten ze eraan. Het lichaam is erop afgesteld, maar dat wil nog niet zeggen dat het gezond is. Olivier Bergmans, de coach en levensgezel van Ilse Heylen geeft dit toe. “Maar topsport is niet gezond. En iedereen doet het”
Bron:sportwereld.be
Judoka Ilse Heylen komt uit in de klasse tot 52 kg, gewichtheffer Tom Goegebuer in de -56 kg, maar beiden hangen van nature een paar kilo's boven dat gewicht. Dat betekent lijnen, maar dan dramatisch. Ieder heeft zo zijn methode, gelinkt aan zijn sport. Ilse loopt zich in het zweet. Tom heeft een abonnement op de sauna.
Ilse doet er tijdens het lopen alles aan om zoveel mogelijk zweet te vergieten, want daarmee ook gewicht. “Ik trek 2 broeken aan, een plastic pak en dan nog een K-way. Omdat je zo dik gekleed bent, loop je het risico dat je je kapot loopt. Daarom doe ik maar sessies van 10 minuten. Daarbij moet ik ook zien dat ik mijn kracht niet verlies. Het komt er dus op aan zeer goed te doseren en tien keer per dag op de weegschaal te gaan staan”. Op de dag zelf wordt ze om 5 uur gewogen. Ze heeft dan 5 uren om weer op krachten te komen. Dit doet ze vooral door veel te drinken, koolhydraten en zout. Ze kan dan op de korte tijd toch wel 2 a 3 kg terugwinnen.
Tom zoekt zijn zweetverlies in de sauna. 'Ik moet niet gaan lopen, want ik kan het niet. Sauna gaat snel en het is makkelijker, maar je mag ook niet overdrijven, want je wordt er loom van. Bovendien heb ik de pech dat mijn weging om 8 uur 's morgens is. Als ik de laatste kilootjes wil wegwerken, zou ik dus om 6 uur 's morgens in de sauna moeten gaan kruipen.'
Voor Ilse en Tom is het afslanken routine geworden. Voor elk tornooi, voor elke wedstrijd moeten ze eraan. Het lichaam is erop afgesteld, maar dat wil nog niet zeggen dat het gezond is. Olivier Bergmans, de coach en levensgezel van Ilse Heylen geeft dit toe. “Maar topsport is niet gezond. En iedereen doet het”
Bron:sportwereld.be
Ook reageren? Het reactieformulier staat onderaan de pagina








