Er wordt veel gepraat over goede en slechte koolhydraten maar wat zijn dat nou eigenlijk en waar zitten ze in? Zoals veel van jullie weten wordt er op verpakkingen vaak alleen een onderscheid gemaakt tussen suikers en andere koolhydraten. De essentie van een goede koolhydraat is dat hij voor een lang verzadigd gevoel zorgt door de bloedsuikerspiegel gematigd en consequent te verhogen. Een slechte koolhydraat doet juist het omgekeerde. Deze geeft een grote piek in de bloedsuikerspiegel en zorgt voor een kort verzadigd gevoel waardoor je dus snel trek hebt in meer.
Koolhydraten zijn in verschillende groepen in te delen:
De monosacchariden, deze bestaan slechts uit 1 molecuul. Dit zijn glucose(druivensuiker), fructose(vruchtensuiker) en galactose.
De disacchariden, deze zijn combinaties 2 van monosacchariden. Dit kunnen sucrose/sacharose(suiker), lactose(melksuiker) en maltose(moutsuiker) zijn.
De polysachariden, deze bestaan uit meerdere monosacchariden. Zetmeel, cellulose en glycogeen zijn hier voorbeelden van.
Hoe meer monosacchariden een koolhydraat bevat hoe meer bindingen erin zitten. Het lichaam moet eerst deze bindingen kapot maken voordat ze in het lichaam opgenomen kunnen worden. Dus hoe meer bindingen, hoe langer het lichaam erover doet om deze volledig te hebben opgenomen. Er komen hier dus steeds kleine beetje energie vrij die opgenomen kunnen worden en dus wordt op die manier de bloedsuikerspiegel constant “gevoed” en geeft dit een langer verzadigd gevoel. Vanzelfsprekend is dus dat de enkele en dubbele monosaccharide hoeveelheden voor een kortere en hogere piek in de bloedglucosespiegel zorgen. Een consequente bloedsuikerspiegel is beter voor het lichaam en de gezondheid.
Bovendien komt er bij het opnemen van energie in het lichaam ook insuline kijken. Insuline is een hormoon dat het lichaam aanmaakt om ervoor te zorgen dat de energie het lichaam in kan, dat het wordt opgenomen. Als er steeds kleine beetjes energie vrijkomen(zoals bij polysaccharide)blijft deze insuline uitscheiding gematigd en consequent. Maar bij de mono- en disacchariden moet er in één keer veel insuline worden aangemaakt.
Als de insulinespiegel in het bloed daalt omdat alle energie is opgenomen, dan wordt de stof serotonine uitgescheiden. Deze geeft het verzadigingsgevoel aan het lichaam. Bij een snelle piek, hoort ook een snelle daling en komt je verzadigingsgevoel snel en dus is ook snel weer weg. Bij de “goede” koolhydraten komt dit moment later en is er dus een langer gevoel van verzadiging.
Waar zitten ze in?
Slechte koolhydraten
Alle geraffineerde meelsoorten, suiker, honing, chocola, maple sirup, sommige zoetstoffen, dextrose, mais, gekookte wortelen, rode bieten, aardappelen, koolraap en fruit. De groenten en fruit die hierbij staan bevatten naast koolhydraten ook vitamines, mineralen en vezels. Vezels zorgen ook voor een vertraagde opname en een lagere piek.
Goede koolhydraten
Volkorenbrood, roggebrood, zuivelproducten, noten, olijven, peulvruchten (geen tuinbonen), paddenstoelen.
Let op! “slechte”koolhydraten zijn dus niet per definitie echt slecht. Het hangt er vanaf in welke producten ze zitten. In snoep, koek en gebak zijn ze wel echt slecht maar in fruit en groenten is dit niet het geval omdat ze hier samen gaan met vezels. Neem wat pasta’s betreft altijd de volkoren variant.
Koolhydraten zijn in verschillende groepen in te delen:
De monosacchariden, deze bestaan slechts uit 1 molecuul. Dit zijn glucose(druivensuiker), fructose(vruchtensuiker) en galactose.
De disacchariden, deze zijn combinaties 2 van monosacchariden. Dit kunnen sucrose/sacharose(suiker), lactose(melksuiker) en maltose(moutsuiker) zijn.
De polysachariden, deze bestaan uit meerdere monosacchariden. Zetmeel, cellulose en glycogeen zijn hier voorbeelden van.
Hoe meer monosacchariden een koolhydraat bevat hoe meer bindingen erin zitten. Het lichaam moet eerst deze bindingen kapot maken voordat ze in het lichaam opgenomen kunnen worden. Dus hoe meer bindingen, hoe langer het lichaam erover doet om deze volledig te hebben opgenomen. Er komen hier dus steeds kleine beetje energie vrij die opgenomen kunnen worden en dus wordt op die manier de bloedsuikerspiegel constant “gevoed” en geeft dit een langer verzadigd gevoel. Vanzelfsprekend is dus dat de enkele en dubbele monosaccharide hoeveelheden voor een kortere en hogere piek in de bloedglucosespiegel zorgen. Een consequente bloedsuikerspiegel is beter voor het lichaam en de gezondheid.
Bovendien komt er bij het opnemen van energie in het lichaam ook insuline kijken. Insuline is een hormoon dat het lichaam aanmaakt om ervoor te zorgen dat de energie het lichaam in kan, dat het wordt opgenomen. Als er steeds kleine beetjes energie vrijkomen(zoals bij polysaccharide)blijft deze insuline uitscheiding gematigd en consequent. Maar bij de mono- en disacchariden moet er in één keer veel insuline worden aangemaakt.
Als de insulinespiegel in het bloed daalt omdat alle energie is opgenomen, dan wordt de stof serotonine uitgescheiden. Deze geeft het verzadigingsgevoel aan het lichaam. Bij een snelle piek, hoort ook een snelle daling en komt je verzadigingsgevoel snel en dus is ook snel weer weg. Bij de “goede” koolhydraten komt dit moment later en is er dus een langer gevoel van verzadiging.
Waar zitten ze in?
Slechte koolhydraten
Alle geraffineerde meelsoorten, suiker, honing, chocola, maple sirup, sommige zoetstoffen, dextrose, mais, gekookte wortelen, rode bieten, aardappelen, koolraap en fruit. De groenten en fruit die hierbij staan bevatten naast koolhydraten ook vitamines, mineralen en vezels. Vezels zorgen ook voor een vertraagde opname en een lagere piek.
Goede koolhydraten
Volkorenbrood, roggebrood, zuivelproducten, noten, olijven, peulvruchten (geen tuinbonen), paddenstoelen.
Let op! “slechte”koolhydraten zijn dus niet per definitie echt slecht. Het hangt er vanaf in welke producten ze zitten. In snoep, koek en gebak zijn ze wel echt slecht maar in fruit en groenten is dit niet het geval omdat ze hier samen gaan met vezels. Neem wat pasta’s betreft altijd de volkoren variant.
Ook reageren? Het reactieformulier staat onderaan de pagina










